ECLI:NL:GHAMS:2017:3081
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen grondslag voor voortzetting machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens beschikbaarheid minder ingrijpend alternatief
De zaak betreft een hoger beroep van ouders tegen beschikkingen van de kinderrechter inzake ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun minderjarige kind [kind b]. De kinderrechter had op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) machtigingen verleend tot uithuisplaatsing en vervangende toestemming voor medische behandeling binnen een MTFC-P opvoedgezin.
De ouders betwistten de gronden voor deze maatregelen en stelden dat de hulpverlening onvoldoende was onderzocht en dat een minder ingrijpende behandeling mogelijk was. Het hof oordeelde dat ten tijde van de beschikking van 26 juli 2016 de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig waren vanwege ernstige gedragsproblemen en onvoldoende draagkracht bij de ouders.
Echter, ten tijde van de beschikking van 18 oktober 2016 was onvoldoende onderbouwd dat voortzetting van de uithuisplaatsing in het MTFC-P opvoedgezin noodzakelijk was. Het hof stelde vast dat een minder ingrijpend alternatief, het Nika traject, beschikbaar was en dat het MTFC-P traject niet passend bleek. Daarom vernietigde het hof de beschikking van 18 oktober 2016 en wees het de verzoeken tot voortzetting van uithuisplaatsing en vervangende toestemming af.
Uitkomst: De beschikking van 26 juli 2016 wordt bekrachtigd, de beschikking van 18 oktober 2016 vernietigd en de verzoeken tot voortzetting van uithuisplaatsing en vervangende toestemming afgewezen.