ECLI:NL:GHAMS:2017:2927
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming erkenning en doorhaling niet-rechtsgeldige erkenning
Partijen hadden een korte affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. De man is met grote waarschijnlijkheid de biologische vader. De man verzocht om vervangende toestemming tot erkenning, welke door de rechtbank werd verleend. De moeder gaf eerder toestemming aan een derde om de minderjarige te erkennen, maar dit werd betwist.
De moeder stelde dat zij lichamelijk en psychisch mishandeld was door de man en dat erkenning haar psychische toestand en daarmee de ontwikkeling van het kind zou schaden. Zij verzocht ook om nader onderzoek door de raad.
De man en de bijzondere curator betwistten de mishandeling en stelden dat de psychische klachten van de moeder niet door de erkenning werden veroorzaakt. Het hof oordeelde dat de mishandeling niet was komen vast te staan en dat de belangen van het kind en de man prevaleerden. De erkenning door de man werd bekrachtigd, de erkenning door de derde werd doorgehaald en het verzoek tot nader onderzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning door de man en wijst het beroep van de vrouw af.