Uitspraak
mr. H.B. de Regt, kantoorhoudende te Alkmaar,
mr. R.J. Bakker, kantoorhoudende te Naarden,
mr. M.C. Schepel,kantoorhoudende te Den Haag.
Het verloop van het geding
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde een zaak betreffende wanbeleid binnen de besloten vennootschap [B]. In een eerdere beschikking van 12 juli 2017 was vastgesteld dat zich wanbeleid had voorgedaan in de periode van 1 januari 2012 tot 3 december 2013. Ter voorziening was toen bepaald dat de aandelen van [C|] in [B] tijdelijk onder beheer zouden worden gesteld.
In de beschikking van 21 juli 2017 wijst de Ondernemingskamer een specifieke persoon, W.R. Küh te Soest, aan als beheerder van deze aandelen voor een periode van drie jaar. De aanwijzing is bedoeld om het bestuur en beheer van de vennootschap te waarborgen en verdere wanpraktijken te voorkomen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is uitgesproken in het openbaar door de raadsheren en raden van de Ondernemingskamer. Hiermee wordt de voorziening uit de eerdere beschikking concreet ingevuld en wordt de continuïteit en het toezicht binnen de vennootschap versterkt.
Uitkomst: W.R. Küh wordt aangewezen als beheerder van de aandelen van [C|] in [B] voor een periode van drie jaar wegens vastgesteld wanbeleid.