ECLI:NL:GHAMS:2017:2860
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag wegens risico machtsstrijd tussen ouders
De zaak betreft een verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen, nadat de moeder het gezag alleen uitoefent. De vader erkent het kind en voert aan dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is, mede vanwege praktische redenen en het voorkomen van machtsmisbruik door de moeder.
De moeder voert verweer en wijst op het verleden van huiselijk geweld door de vader en de daarmee samenhangende spanningen tussen partijen. Zij vreest dat gezamenlijk gezag zal leiden tot nieuwe conflicten en mogelijk terugkeer van geweld, wat nadelig is voor het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het verzoek toe te wijzen, stellende dat er geen contra-indicaties zijn en dat gezamenlijk gezag passend is bij de feitelijke co-ouderschapsregeling.
Het hof overweegt dat ondanks het feit dat partijen niet meer samenwonen en er een zekere mate van overleg is, er een aanmerkelijk risico bestaat op machtsstrijd en conflicten die het kind klem kunnen zetten. Gezien het verleden van geweld en de huidige spanningen wijst het hof het verzoek af, bekrachtigt het de beschikking van de rechtbank en sluit niet uit dat in de toekomst een andere beslissing mogelijk is als de situatie verbetert.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen vanwege het aanmerkelijke risico op machtsstrijd die het welzijn van het kind schaadt.