Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
werkhandschoenen betroffen.
Gerechtshof Amsterdam
Op 14 januari 2016 werden verdachte en een medeverdachte door de politie aangetroffen in een portiekwoning waar kort daarvoor harde knallen en gekraak waren gehoord. De medeverdachte had een koevoet bij zich en beide droegen handschoenen. De verdachte weigerde in verhoor vragen te beantwoorden.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor medeplegen, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte uitvoeringshandelingen had verricht. Het hof oordeelde echter dat de aanwezigheid van verdachte samen met de medeverdachte, de omstandigheden ter plaatse en het ontbreken van een redelijke, verifieerbare verklaring voldoende bewijs vormen voor medeplegen.
Het hof verwierp het verweer dat het op en neer lopen van een van de mannen op de trap afbreuk zou doen aan medeplegen. Daarnaast achtte het hof het opleggen van bijzondere voorwaarden passend, waaronder begeleiding door de reclassering om recidive te voorkomen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2016, met aanpassing van de bewijs- en strafmotivering en vervanging van de bewijsmiddelen door een later toe te voegen bijlage.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling voor medeplegen van poging tot woninginbraak met aangepaste bewijs- en strafmotivering.