ECLI:NL:GHAMS:2017:2672
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking over voorlopige hechtenis en schorsingsverzoek in hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland inzake zijn voorlopige hechtenis. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en verdachte met raadsman.
Het hof onderschreef grotendeels de eerdere beschikking, maar verwierp de toepassing van de 12-jaarsgrond en de grote herhalingsgrond. Voor het feit van opzetheling achtte het hof ernstige bezwaren aanwezig, mede gebaseerd op een herkenningsproces-verbaal. Voor een andere vordering (67b) vond het hof onvoldoende ernstige bezwaren, omdat de verdenking slechts op één bron berustte.
Het hof concludeerde dat de 12-jaarsgrond niet van toepassing is, aangezien het opzetheling feit geen straf van twaalf jaar of meer oplevert. Ook was er geen ernstige vrees dat verdachte een misdrijf zal plegen met een straf van zes jaar of meer. Wel achtte het hof het waarschijnlijk dat verdachte een misdrijf zal plegen dat gevaar voor goederen oplevert.
Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van verdachte onvoldoende concreet was onderbouwd om zwaarder te wegen dan de maatschappelijke veiligheid.
De beschikking werd op 28 juni 2017 door het hof gewezen en het hoger beroep en schorsingsverzoek werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waarbij de 12-jaarsgrond en grote herhalingsgrond vervallen.