ECLI:NL:GHAMS:2017:26
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging arbeidsovereenkomst en toekenning transitievergoeding
De werknemer trad in 2008 in dienst bij de werkgever als medewerker schadeafhandeling. Na toestemming van het UWV zegde de werkgever de arbeidsovereenkomst op wegens bedrijfseconomische omstandigheden met ingang van 1 februari 2016. De werknemer verzocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te herstellen en subsidiair een billijke vergoeding toe te kennen.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging in strijd was met de wet en veroordeelde de werkgever tot herstel van de arbeidsovereenkomst. Het hof vernietigt dit oordeel en stelt vast dat de arbeidsplaats van de werknemer daadwerkelijk is komen te vervallen door een combinatie van teruglopende schadegevallen, efficiencymaatregelen en nieuwe werkwijzen binnen de organisatie.
Het hof concludeert dat de opzegging niet in strijd is met de wettelijke bepalingen en wijst het primaire verzoek tot herstel af. Ook het subsidiaire verzoek tot billijke vergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. Het hof bepaalt dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 10 januari 2017 en veroordeelt de werkgever tot betaling van een transitievergoeding van €4.856,25 bruto, vermeerderd met wettelijke rente. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst eindigt op 10 januari 2017 met toekenning van een transitievergoeding aan de werknemer.