ECLI:NL:GHAMS:2017:2327

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 mei 2017
Publicatiedatum
20 juni 2017
Zaaknummer
15/870669-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67b SvArt. 67a lid 3 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot voorlopige hechtenis afgewezen in hoger beroep wegens onvoldoende gronden

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 mei 2017 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland betreffende de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdediging werd niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de beslissing op grond van artikel 67b Sv. Het hof sloot zich aan bij de gronden van de rechtbank, met toevoeging van de 12-jaarsgrond en de recidivegrond.

Het hof oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat de verdachte betrokken is bij een diefstal met geweld tegen een benadeelde. Daarnaast is er een reëel gevaar dat de verdachte een misdrijf zal plegen dat de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar brengt, mede omdat de verdachte deel uitmaakt van een groep taxichauffeurs die zich bezighoudt met het stelselmatig oplichten van buitenlandse klanten.

De wijze van opereren en de inhoud van tapgesprekken wekken vrees voor herhaling indien de verdachte op vrije voeten wordt gesteld. Ook speelt mee dat de verdachte nog in de proeftijd loopt van een voorwaardelijk sepot van een eerder geweldsdelict. Het hof achtte artikel 67a, derde lid, Sv niet van toepassing en wees het beroep af.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het beroep tegen de voorlopige hechtenis af met toevoeging van de 12-jaarsgrond en recidivegrond.

Uitspraak

15/870669-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[naam] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
verblijfsadres: Lirestraat 23, 1060 SL Amsterdam,
thans verblijvende in [detentie] ,
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlemmermeer van 25 april 2017, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en de toewijzing van de vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlemmermeer van 26 april 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. P.W. Hermens.

De beoordeling

Het hof verklaart de verdediging niet-ontvankelijk in het beroep tegen de beslissing op grond van artikel 67b Sv.
Het hof verenigt zich voor het overige met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust, onder toevoeging van de 12-jaarsgrond en de recidivegrond gezondheid en veiligheid van personen.
Anders dan de rechter-commissaris en met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit het dossier voldoende blijkt van betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal met geweld ten aanzien van [benadeelde] . Gelet daarop zal het hof de 12-jaarsgrond toevoegen.
Daarnaast is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar komt, nu uit het dossier naar voren komt dat verdachte deel uitmaakt van een groep taxichauffeurs, die zich gedurende langere tijd bezighoudt met het stelselmatig oplichten van veelal buitenlandse taxiklanten, die kort daarvoor op Schiphol geland zijn. De wijze waarop zij opereren, onderling afspraken maken en de manier waarop zij in de tapgesprekken spreken over geld verdienen en hun slachtoffers, doet vrezen voor herhaling als verdachte weer op vrije voeten wordt gesteld en nu verdachte bovendien nog in de proeftijd loopt van een voorwaardelijk sepot van een eerder geweldsdelict.
Het hof is van oordeel dat artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering thans niet aan de orde is.
15/870669-17

De beslissing

Het hof:
VERKLAART de verdachte NIET- ONTVANKELIJK in zijn hoger beroep, voor zover betrekking hebbend op de beslissing tot toewijzing van de vordering ex 67b Sv.
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 24 mei 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. M. Iedema, voorzitter,
mrs. N.A. Schimmel en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 24 mei 2017,
de advocaat-generaal