ECLI:NL:GHAMS:2017:2289
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling erfenis na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en het geschil betreft de vaststelling van partneralimentatie en de verdeling van een erfenis. De man kwam in hoger beroep tegen de alimentatiebeschikking en de toedeling van de woning in Spanje. De vrouw voerde incidenteel hoger beroep en verzocht om een hogere alimentatie en verdeling van de erfenis.
Het hof baseerde de behoefte van de vrouw op een aangepaste behoeftelijst, waarbij diverse posten werden gecorrigeerd op redelijkheid. De vrouw werkt parttime en kan haar uren naar het oordeel van het hof redelijkerwijs uitbreiden tot een deeltijdfactor van 0,5. De bruto verdiencapaciteit werd vastgesteld op €28.800 per jaar. De netto behoefte werd omgerekend naar een bruto behoefte van €2.695, waartegenover een verdiencapaciteit stond, zodat een aanvullende alimentatie van €295 per maand werd vastgesteld.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen en lasten, waarbij rekening werd gehouden met heffingskortingen en hypotheeklasten. Het hof wees het verzoek van de man af om een einddatum voor de alimentatie vast te stellen. De man werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de taxatie van de woning in Spanje.
Ten aanzien van de erfenis stelde het hof vast dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat er nog een restant van de erfenis aanwezig was, zodat haar verzoek tot verdeling werd afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €295 per maand vanaf 31 oktober 2016; het verzoek tot verdeling van de erfenis wordt afgewezen.