Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.V.O.F. GEBR. [appellante 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
paragraaf 7van de memorie van grieven klachten geuit over de juistheid en volledigheid van deze vaststelling. Voor zover de grieven zien op de klacht dat de rechtbank in r.o. 2d ten onrechte als vaststaand feit heeft aangenomen dat [geïntimeerde] de [appellante 1] voor de bespuiting een 5 liter jerrycan van het middel Collis ter hand heeft gesteld, faalt deze. De stelling dat niet uitgesloten mag worden dat de jerrycan gecontamineerd is geweest en dat daarin niet alleen Collis zat, doet immers niets af aan het door de rechtbank vastgestelde feit. Voor zover omtrent de onvolledigheid van de door de rechtbank vastgestelde feiten onder r.o 2e en 2f bezwaren zijn aangevoerd, zullen deze door het hof, voor zover van belang, in het hierna volgende worden besproken. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
Vervolgens