ECLI:NL:GHAMS:2017:2172

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juni 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
23-003027-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:395a BWArt. 2:394 BWWet op de economische delictenArt. 422 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor niet-publicatie jaarrekening binnen wettelijke termijn

De verdachte werd veroordeeld omdat hij niet had voldaan aan de wettelijke verplichting om opdracht te geven tot het openbaar maken van de jaarrekening van zijn besloten vennootschap binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar 2012.

In hoger beroep voerde de verdachte aan dat hij in aanmerking kwam voor vrijstelling van de publicatieplicht op grond van artikel 2:395a BW, omdat zijn onderneming een micro-onderneming zou zijn. Het hof oordeelde echter dat de wet geen algehele vrijstelling biedt, maar slechts een beperkte publicatieplicht voor micro-ondernemingen. De verdachte heeft bewust gekozen de jaarrekening niet te publiceren, waarmee hij zijn verplichting heeft geschonden.

Het hof verwierp het verweer en bevestigde het vonnis van de economische politierechter. De zaak benadrukt dat het oprichten van een besloten vennootschap zowel rechten als verplichtingen met zich meebrengt, waaronder de publicatie van de jaarrekening.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het niet tijdig openbaar maken van de jaarrekening van zijn besloten vennootschap over het boekjaar 2012.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003027-16
datum uitspraak: 7 juni 2017
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 82-102330-15 tegen
[naam],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het in hoger beroep door de verdachte gevoerde verweer zal bespreken.

Bespreking van ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer

De verdachte heeft het verweer gevoerd dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van de publicatieplicht van de jaarrekening van zijn bedrijf [bedrijf] , omdat hij voldoet aan de vereisten van artikel 2:395a, eerste lid onder b en c van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Anders evenwel dan de verdachte betoogt, biedt de wet geen mogelijkheid tot een algehele vrijstelling van de publicatieplicht van de jaarrekening. Wel kan een onderneming in aanmerking komen voor het publiceren van een beperkte balans, zoals bedoeld in artikel 2:395a BW. Indien een onderneming hiervoor in aanmerking komt (de zogenaamde micro-onderneming), kan de betreffende onderneming vrijstelling krijgen tot opgave van bepaalde onderdelen van de volledige jaarrekening. Er bestaat ook dan nog steeds een publicatieplicht van de jaarrekening, maar deze is beperkt tot de balansinformatie die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 2:395a BW opgesteld dient te worden. [1]
Nog daargelaten of de verdachte voldoet aan de vereisten die in artikel 2:395a eerste lid BW zijn opgenomen, bestaat voor de verdachte als feitelijk leidinggever van [bedrijf] de verplichting opdracht te geven tot het publiceren van de jaarrekening, volledig dan wel verkort. De keuze om de onderneming onder te brengen in een Besloten Vennootschap brengt zowel voordelen als verplichtingen met zich mee. Eén van die verplichtingen betreft het publiceren van de jaarrekening. De verdachte heeft echter de welbewuste keuze gemaakt de jaarrekening van zijn B.V. in het geheel niet te publiceren. Daarmee heeft hij niet voldaan aan de verplichting opdracht te geven aan zijn rechtspersoon om uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening op de in het eerste lid van dat artikel voorgeschreven wijze openbaar te maken. Het hof verwerpt het verweer van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juni 2017.
Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2014/15, 34 176, 3, p. 34-36 (Memorie van Toelichting).