ECLI:NL:GHAMS:2017:2085
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar bij cybercrime
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, behandeld. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd door de rechtbank afgewezen en het hof heeft deze beslissing bevestigd, met uitzondering van de grond van vluchtgevaar die is vervallen.
Het hof constateert dat er voldoende ernstige bezwaren zijn voor de feiten waarvoor de verdachte in bewaring is gesteld, die betrekking hebben op cybercrime. Hoewel de stelling dat de verdachte onder bedreiging handelingen verrichtte onvoldoende steun vindt, blijft het recidivegevaar onverminderd aanwezig vanwege de vaardigheid van de verdachte in de digitale wereld en het darkweb.
Daarnaast is de onderzoeksgrond voor voorlopige hechtenis gehandhaafd, omdat er nog onderzoekshandelingen plaatsvinden waarvoor voortzetting van de hechtenis noodzakelijk is. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt daarom afgewezen. Het hof merkt op dat de verdachte binnen de inrichting verlof kan aanvragen voor een dag, bijvoorbeeld voor een verjaardag.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege recidivegevaar en lopend onderzoek.