ECLI:NL:GHAMS:2017:1998
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- I.M.H. van Asperen de Boer - Delescen
- S. Clement
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de voorlopige hechtenis van verdachte verlengde. De verdachte was geboren in 1997 en verbleef in de huis van bewaring te Zoetermeer. Het hof nam kennis van het dossier en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Het hof oordeelde dat de verdenking voor meerdere feiten onvoldoende ernstig was, omdat deze uitsluitend was gebaseerd op tapgesprekken. Voor één feit achtte het hof een omstandigheid aanwezig als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de voorlopige hechtenis moest worden opgeheven.
Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover deze betrekking had op de voorlopige hechtenis en besloot de hechtenis op te heffen met ingang van 4 mei 2017 om 12:00 uur. De beschikking werd gegeven door de raadkamer van het hof op 3 mei 2017.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven met ingang van 4 mei 2017.