ECLI:NL:GHAMS:2017:1949
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- G.C. Boot
- I.A. Haanappel-van der Burg
- Rechtspraak.nl
Geen afdwingbare overeenkomst bij financiële toezegging in affectieve relatie
Partijen hadden van 2002/2003 tot 2009 een affectieve relatie waarbij de geïntimeerde de appellante financieel ondersteunde, onder meer door maandelijkse betalingen van €15.000 en bijdragen aan de aankoop van een woning. De appellante vorderde betaling van deze bedragen op grond van een vermeende overeenkomst, terwijl de geïntimeerde terugvordering en vernietiging van toezeggingen op grond van bedrog en misbruik van omstandigheden vorderde.
De rechtbank wees beide vorderingen af, omdat onvoldoende feiten waren gesteld voor een afdwingbare overeenkomst en omdat de betalingen eerder het karakter van vrijgevigheid hadden. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de toezeggingen voortvloeiden uit een natuurlijke verbintenis binnen de affectieve relatie, die niet afdwingbaar is. Daarnaast kon de appellante na beëindiging van de relatie geen rechten meer ontlenen aan de toezeggingen.
Het hof verwierp ook het beroep op bedrog en misbruik van omstandigheden wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van hun respectieve beroepen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van beide partijen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.