ECLI:NL:GHAMS:2017:1924

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 april 2017
Publicatiedatum
24 mei 2017
Zaaknummer
23-000133-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De tenlastelegging betrof het opzettelijk en in vereniging met anderen beroven van het slachtoffer van zijn vrijheid op 24 maart 2013.

Tijdens het onderzoek in hoger beroep is vastgesteld dat het slachtoffer op genoemde datum inderdaad wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd. Echter kon niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat verdachte hieraan een significante bijdrage heeft geleverd of dat hij in nauwe en bewuste samenwerking met anderen handelde.

De advocaat-generaal vorderde vrijspraak en het hof volgde dit standpunt. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2017.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000133-16
datum uitspraak: 26 april 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13/654063-13 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2016 en 12 april 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 maart 2013 te Diemen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, immers is/heeft (zijn/hebben) hij, verdachte, en / of (een of meer) van zijn mededader(s)
- die [slachtoffer] (tegen diens wil) vastgehouden in een woning en/of
- (toen en/of nadat) die [slachtoffer] uit die woning was gevlucht met een auto achter die [slachtoffer] aangereden en/of die [slachtoffer] gezocht en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer] (tegen diens wil) in die auto getrokken en/of geduwd - die [slachtoffer] op/in/tegen het hoofd en/of het lichaam geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere beantwoording van de bewijsvraag dan de eerste rechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent dat uit de stukken van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [slachtoffer] op 24 maart 2013 wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd, maar dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat deze vrijheidsberoving in nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte is gepleegd, in die zin dat zij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. J.J.I. de Jong en mr. A.M. Kengen, in tegenwoordigheid van mr. N. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april 2017.
mr. A.M. Kengen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]