ECLI:NL:GHAMS:2017:1728

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2017
Publicatiedatum
10 mei 2017
Zaaknummer
23-003830-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 378a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep schennis van de eerbaarheid met toepassing artikel 9a Sr

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het schenden van de eerbaarheid door zijn geslachtsdeel te tonen op een openbare plaats in Amsterdam op 25 december 2014. In hoger beroep vernietigde het hof het eerdere vonnis en verklaarde het bewezen dat de verdachte het feit heeft begaan.

Hoewel de verdachte bekend is met schizofrene klachten en ten tijde van het feit mogelijk verward was, acht het hof onvoldoende aannemelijk dat hem het feit niet kan worden toegerekend. De verdachte had tijdens het verhoor concrete herinneringen en hoorde op dat moment geen stemmen.

Gezien de ernst van het feit en het feit dat het gedrag in het openbaar en voor kinderen plaatsvond, zou normaal gesproken een straf passend zijn. Echter, het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn behandeling, medicatiegebruik en het feit dat hij sindsdien geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.

Daarom besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen, ondanks de bewezen strafbaarheid van het feit. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 maart 2017.

Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard maar geen straf opgelegd vanwege psychiatrische omstandigheden en verbeterde situatie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003830-16
datum uitspraak: 27 maart 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 september 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13/674022-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1978,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 maart 2017.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 25 december 2014 te Amsterdam de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Slotermeerlaan, door zijn geslachtsdeel te tonen en/of met zijn hand in zijn kruis te knijpen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 25 december 2014 te Amsterdam de eerbaarheid heeft geschonden op een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Slotermeerlaan, door zijn geslachtsdeel te tonen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.

Strafbaarheid van de verdachte

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2016 is een voorlopige machtiging verleend tot opneming en het doen verblijven van de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis. Mede op basis hiervan is door de raadsvrouw gesteld dat de verdachte in de voorliggende zaak moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat het feit hem niet kan worden toegerekend. Bij de verdachte is immers sprake van psychiatrische problematiek en hij maakte ten tijde van het plegen van het strafbare feit een verwarde indruk.
Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt.
Het dossier bevat aanwijzingen dat de verdachte, die bekend is met schizofrene klachten en het horen van stemmen, ten tijde van de bewezen geachte behoorlijk in de war was. Het is dan ook aannemelijk dat de geestestoestand en de persoonlijkheid van de verdachte op enigerlei wijze van invloed zijn geweest op de totstandkoming van diens gewraakte handelingen. Op basis van de beschikbare informatie is echter onvoldoende aannemelijk geworden dat het bewezen verklaarde de verdachte
in het geheel nietkan worden toegerekend. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat slechts is gebleken dat de verdachte ten tijde van het feit behandeling onderging werd en medicatie gebruikte of diende te gebruiken voor psychoses. Ook is meegewogen dat hij tijdens zijn verhoor van 25 december 2014 (p. 10 e.v.), dat vier uur na diens aanhouding plaatsvond, er gewag van heeft gemaakt dat hij op dat moment geen stemmen hoorde en dat hij concrete herinneringen had aan de feitelijke toedracht van het incident.
Er is (ook overigens) geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Toepassing van artikel 9a Sr
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
De raadsvrouw heeft bij wijze van subsidiair standpunt bepleit dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Het hof heeft in hoger beroep de bij de vraag naar de sanctietoepassing gelet op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft in het openbaar, ten overstaan van kinderen, zijn broek omlaag gedaan en zijn geslachtsdeel getoond. Het gedrag van de verdachte is in strijd met de publieke moraal en werd door omstanders als aanstootgevend beschouwd. Oplegging van een straf ligt onder die omstandigheden in beginsel dan ook in de rede.
Echter, zoals hiervoor al bleek is aannemelijk dat de geestestoestand en de persoonlijkheid van de verdachte op enigerlei wijze van invloed zijn geweest op de totstandkoming van de bewezen handelingen. Ook is ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat het sindsdien beter met hem gaat. Hij heeft geen strafbare feiten meer begaan die ter kennis zijn gekomen van justitie, wordt behandeld door GGZ InGeest, neemt zijn medicatie in en heeft een dagbesteding. Gelet op het vorengaande, alsook het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde, is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf aan de verdachte niet passend en geboden is. Het hof zal derhalve bepalen dat hem geen straf of maatregel wordt opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2017.
mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.