ECLI:NL:GHAMS:2017:1718
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt onrechtmatigheid voortzetting verrekening ziekengeld na schuldsanering
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde een hoger beroep van het UWV tegen een vonnis van de kantonrechter dat het UWV verbood om na de uitspraak tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) het ziekengeld van [X] te verrekenen met een eerder opgelegde terugvordering.
De feiten zijn onbetwist: het UWV had op grond van terugvorderingsbesluiten bedragen teruggevorderd die aan [X] waren uitgekeerd onder de Ziektewet. Na toekenning van ziekengeld per 27 januari 2014 en na de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 maart 2014 tot toepassing van de WSNP op [X], zette het UWV de verrekening voort.
De bewindvoerder stelde dat deze voortzetting in strijd was met artikel 307 lid 1 Faillissementswet Pro en dat de verrekening nietig was op grond van artikel 306 Faillissementswet Pro. Het hof oordeelde dat het recht op ziekengeld over de periode na de uitspraak tot WSNP niet al vóór die uitspraak was ontstaan, zodat voortzetting van verrekening na die datum onrechtmatig was.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde het UWV in de kosten van het hoger beroep, waarmee het standpunt van de bewindvoerder werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het UWV onrechtmatig heeft gehandeld door na de WSNP-uitspraak ziekengeld te verrekenen en veroordeelt het UWV in de kosten.