ECLI:NL:GHAMS:2017:1714
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- A.M.A. Verscheure
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet ontstaan na afloop detacheringscontract
De zaak betreft een hoger beroep in een kort geding over de vraag of na afloop van een detacheringscontract een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Appellante was jarenlang als uitzendkracht en later gedetacheerd bij Randstad werkzaam. Na afloop van haar laatste contract op 18 december 2015 weigerde Randstad de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
Appellante stelde dat op grond van een werkgeversverklaring en een begeleidende brief een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan en vorderde loonbetaling. Randstad verweerde zich met een beroep op een vervaltermijn van twee maanden voor het aanvechten van opzeggingen en stelde dat fase C van de cao nog niet was bereikt.
De kantonrechter verklaarde appellante niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de vervaltermijn. Het hof oordeelde dat de mededeling van Randstad dat de overeenkomst van rechtswege afliep geen opzegging was en dat de vervaltermijn daarom niet van toepassing is. Het hof vernietigde het vonnis voor zover appellante niet-ontvankelijk werd verklaard, maar wees de vorderingen inhoudelijk af omdat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.
Het hof overwoog dat de brief van Randstad geen toezegging inhield tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat verlenging van de opdracht door de provincie niet automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg had. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen tot loonbetaling en erkenning van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd worden afgewezen.