ECLI:NL:GHAMS:2017:1708
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
In deze civiele zaak stond de vernietiging van drie leaseovereenkomsten centraal, gesloten door de overleden echtgenoot van appellante met Dexia. Appellante voerde aan dat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor deze overeenkomsten, waardoor zij vernietigbaar zijn op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW.
De rechtbank had de vorderingen afgewezen wegens verjaring, waarbij een bewijsvermoeden werd aangenomen dat appellante bekend was met de overeenkomsten vanwege betalingen vanaf een en/of-rekening. Het hof oordeelde echter dat appellante dit vermoeden met getuigenverklaringen voldoende had ontzenuwd.
Daarnaast stelde appellante dat de verjaring was gestuit door een dagvaarding uit 2003 in een collectieve procedure. Het hof volgde dit en oordeelde dat de verjaring voor twee overeenkomsten was gestuit, maar niet voor de oudste. Uiteindelijk vernietigde het hof de leaseovereenkomsten en veroordeelde Dexia tot terugbetaling van de betaalde bedragen met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomsten en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.