ECLI:NL:GHAMS:2017:155
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-inschrijving in rechtsmiddelenregister bij levering woning na echtscheiding
Partijen zijn ex-echtgenoten en het geschil betreft de verdeling van de gemeenschap, waaronder de voormalige echtelijke woning. De rechtbank heeft appellant veroordeeld mee te werken aan verkoop en overdracht van de woning, waarbij het vonnis in de plaats treedt van een leveringsakte indien appellant niet meewerkt.
Op grond van artikel 3:301 lid 2 BW Pro moet hoger beroep dat zich richt tegen een uitspraak die in de plaats treedt van een leveringsakte binnen acht dagen worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Appellant heeft dit nagelaten, wat door hem ook is erkend.
Het hof concludeert dat appellant niet-ontvankelijk is voor zover het hoger beroep zich richt tegen het deel van het vonnis dat in de plaats treedt van de leveringsakte. Voor overige onderdelen is appellant wel ontvankelijk. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in hoger beroep voor het deel dat het vonnis betreft dat in de plaats treedt van een leveringsakte vanwege het niet inschrijven in het rechtsmiddelenregister.