Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
.”
3.Beoordeling
in conventiegevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot:
in reconventiegevorderd dat Meer en Vaart wordt veroordeeld tot betaling van:
Grief 1 in het principaal appelhoudt in dat [appellant] van de vordering van € 9.269,74 al een bedrag van € 4.449,20 heeft voldaan, zodat een bedrag van € 4.820,54 resteerde. Dit heeft tot gevolg dat het toe te wijzen bedrag niet € 12.099,74 had moeten bedragen maar
grief 2 in het principaal appeleen nieuwe vordering in ten bedrage van € 1.700,00. Als grondslag voor de vordering voert [appellant] aan dat op 4 november 2015 ter plaatse van de CV-installatie lekkage in zijn woning is ontstaan. Meer en Vaart (tenminste haar advocaat) is op 19 november 2015 op de hoogte gebracht van de lekkage en in december 2015 uitgenodigd om op 11 januari 2016 aanwezig te zijn bij een bezoek door de loodgieter die dan zou onderzoeken wat de oorzaak was van de lekkage. Meer en Vaart heeft de uitnodiging afgeslagen. Loodgieter [B] van [Y] B.V. (hierna: [B] ) heeft als oorzaak van de lekkage vastgesteld dat de rookgasafvoer van de CV-installatie niet goed was gemonteerd, waardoor condenswater niet werd afgevoerd. Op 10 februari 2016 heeft [B] het gebrek hersteld en hiervoor een bedrag van € 1.683,95 in rekening gebracht. Nu Meer en Vaart de rookgasafvoerpijp gebrekkig heeft aangelegd en heeft geweigerd dit gebrek te herstellen, is zij jegens [appellant] aansprakelijk voor genoemde herstelkosten, aldus nog steeds [appellant] .
“8. Centrale warmte- en opwerkingsapparaten”,met name de vermelding
“De c.v.-ketel aansluiten op (…) De gecombineerde rookgasafvoeren en luchttoevoeren”). Voor zover de overgelegde e-mail en factuur van de loodgieter en de overgelegde foto’s duiden op een gebrek in de rookgasafvoer, is derhalve niet Meer en Vaart maar ERA hiervoor aansprakelijk. Voorts heeft [appellant] - voor zover het gevorderde bedrag van € 1.683,95 betrekking heeft op gevolgschade (waterschade aan de muren) - deze schade naar alle waarschijnlijkheid vergoed gekregen van zijn inboedel- of opstalverzekeraar. Nu [appellant] in gebreke is met betaling van facturen heeft Meer en Vaart bovendien het recht haar (vermeende) verplichtingen op te schorten, aldus nog steeds Meer en Vaart.