ECLI:NL:GHAMS:2017:1443
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.F. Thiessen
- R.J.M. Smit
- E.J. Rotshuizen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toewijzing schadevergoeding wegens gemiste huurinkomsten van woning
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen appellant Allard en de Gemeente Amsterdam heeft het gerechtshof Amsterdam het geschil voortgezet na een tussenarrest van 4 oktober 2016. Het geschil betreft de vaststelling van de schade wegens gemiste huurinkomsten over de periode van 1 augustus 2010 tot en met 30 juni 2012.
Appellant heeft een rapport van een makelaar overgelegd ter onderbouwing van de schade, maar het hof oordeelde dat dit rapport onvoldoende concrete gegevens bevatte om de schade nauwkeurig te begroten. De makelaar bevestigde dat er weinig vraag was naar woningen in het hogere segment, maar stelde ook dat aangeboden woningen snel werden verhuurd. Het hof concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was dat er een markt bestond voor vrijstaande huurwoningen met een huurprijs boven €1.250 per maand in de betreffende plaats.
Desondanks achtte het hof het aannemelijk dat de woning op enig moment verhuurd zou zijn geweest en stelde de schade daarom schattenderwijs vast op €25.000, gebaseerd op een maandelijkse huurprijs van €1.250 over 20 maanden vanaf 1 november 2010. Daarnaast werden reeds eerder vastgestelde schadeposten van €2.493,16 voor rechtsbijstand en €3.000 voor extra architectkosten toegewezen. De Gemeente werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen vermeerderd met wettelijke rente en in de proceskosten van het hoger beroep.
Het hof vernietigde het bestreden eindvonnis voor zover het de schadevergoeding betreft, wees het meer of anders gevorderde af, en bekrachtigde de proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van €25.000,- schadevergoeding plus wettelijke rente en overige kosten.