ECLI:NL:GHAMS:2017:1300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontneming schone lei wegens terugvordering bijstandsuitkering bij verblijf in Frankrijk
Appellante kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin werd bepaald dat artikel 358 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) geen toepassing zou vinden, waardoor de schone lei werd ontnomen.
De feiten betreffen de terugvordering van € 84.365,37 door de gemeente Amsterdam wegens teveel ontvangen bijstandsuitkering over de periode 2011-2016, omdat de echtgenoot van appellant gedurende langere periodes in Frankrijk verbleef en daar een uitkering en huurtoeslag ontving. Appellante stelde dat zij geen wetenschap had van de buitenlandse inkomsten van haar echtgenoot en dat hij haar niet had geïnformeerd.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen wetenschap had van de buitenlandse inkomsten en dat het verzwijgen daarvan en het ontvangen van bijstand zonder melding leidt tot benadeling van schuldeisers. Ook de schending van de inlichtingenplicht tijdens de schuldsaneringsregeling werd als relevant beschouwd.
Daarom is voldaan aan de voorwaarden voor ontneming van de schone lei op grond van artikel 358a lid 1 Fw. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schone lei wordt ontnomen vanwege terugvordering van onterecht ontvangen bijstandsuitkering.