ECLI:NL:GHAMS:2017:1270
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring en vernietiging leaseovereenkomst zonder schriftelijke toestemming echtgenote
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin zijn vorderingen tot vernietiging van een leaseovereenkomst zijn afgewezen. De leaseovereenkomst, gesloten op 20 december 2000, werd door de echtgenote van appellant vernietigd wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist voor koop op afbetaling (huurkoop). Dexia stelde verjaring van de vernietigingsvordering tegen de overeenkomst. De kantonrechter nam een bewijsvermoeden aan dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief bekend was met de overeenkomst, wat appellant niet kon weerleggen.
Appellant voerde in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder dat de verjaringstermijn was gestuit door een dagvaarding in een collectieve procedure tegen Dexia. Dexia betwistte dit. Het hof stelde vast dat de Hoge Raad bij arrest van 9 oktober 2015 prejudiciële vragen over de stuitende werking van die dagvaarding had beantwoord. Daarom gaf het hof partijen gelegenheid om hierop schriftelijk te reageren en hield het de zaak aan voor verdere beslissing.
Het hof bevestigde dat partijen het recht van hoger beroep hadden voorbehouden en nam de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter als vaststaand aan. De zaak betreft een complexe juridische discussie over de toepassing van verjaring en stuiting daarvan in het kader van vernietiging van een huurkoopovereenkomst zonder vereiste toestemming van de echtgenote.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere schriftelijke reactie van partijen op prejudiciële uitspraak Hoge Raad over stuitingsvraag.