ECLI:NL:GHAMS:2017:1211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: terugwijzing wegens ontbreken aanwezigheidsrecht verdachte in eerste aanleg
In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 7 april 2016. De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 24 februari 2016 in tramlijn 4 te Amsterdam opzettelijk niet had voldaan aan een bevel om zich te onthouden van het gebruik van het openbaar vervoer.
Tijdens de behandeling in hoger beroep bracht de raadsman naar voren dat de verdachte ten tijde van de behandeling in eerste aanleg in detentie verbleef en niet had afgezien van zijn aanwezigheidsrecht. Uit het dossier bleek ook dat er geen gemachtigd raadsman aanwezig was tijdens de eerste aanleg. Het hof stelde vast dat de politierechter daarom niet aan de inhoudelijke behandeling van de zaak had mogen toekomen.
Op grond van artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad, oordeelde het hof dat het vonnis van de politierechter vernietigd moest worden. De zaak werd terugverwezen naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam om opnieuw recht te doen, met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter wegens ontbreken van afstand van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.