ECLI:NL:GHAMS:2016:796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens diefstal elektriciteit en overtreding Opiumwet
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 december 2014. De veroordeelde was veroordeeld voor diefstal van elektriciteit en het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. Tevens werd hem een ontnemingsvordering van €39.267,97 opgelegd.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de kosten waarop het Openbaar Ministerie de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel baseerde, onvoldoende concreet waren onderbouwd. Het hof heeft dit verweer onderzocht en geoordeeld dat de aangetroffen notitie waarop de kosten waren gebaseerd, onvoldoende concrete onderbouwing bevatte en dat bovendien onduidelijk bleef of de kosten daadwerkelijk waren gemaakt.
Het hof bevestigde daarom de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zoals door de rechtbank vastgesteld op basis van het BOOM-rapport. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de ontnemingsvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van €39.267,97 wegens diefstal elektriciteit en overtreding Opiumwet.