ECLI:NL:GHAMS:2016:793
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen volledige heffing griffierecht ondanks verleende toevoeging afgewezen
Verzoekers kwamen in verzet tegen de beslissing van de griffier om het volledige griffierecht van €1.615,- te heffen, ondanks dat aan verzoeker sub 1 eerder een toevoeging was verleend. Verzoekers stelden dat zij spoedig na het aanbrengen van de zaak de toevoeging hadden overgelegd en vroegen om vermindering van het griffierecht tot het tarief voor onvermogenden.
Het hof oordeelde dat volgens de Wet Griffierechten Burgerlijke Zaken (WGBZ) het griffierecht voor onvermogenden alleen kan worden geheven indien op het moment van heffing de vereiste stukken, zoals een afschrift van de verleende toevoeging, zijn overgelegd. In dit geval was bij het aanbrengen van de zaak op het formulier vermeld dat een toevoeging niet van toepassing was en is niet tijdig medegedeeld dat rekening gehouden moest worden met een toevoeging.
Hoewel de toevoeging later is overgelegd, was dit te laat en waren er geen omstandigheden die dit konden rechtvaardigen. Het hof stelde dat het risico hiervan voor verzoekers blijft en dat dit geen schending van het recht op toegang tot de rechter oplevert. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de volledige heffing van griffierecht wordt ongegrond verklaard omdat de toevoeging niet tijdig is overgelegd.