Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De vennootschap onder firma [X] V.O.F.,
[AX],
[BX],
[CX],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekers, bestaande uit een vennootschap onder firma (V.O.F.) en haar vennoten, zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Zij maakten bezwaar tegen de hoogte van het griffierecht dat was vastgesteld op het tarief voor niet-natuurlijke personen, terwijl aan één vennoot een toevoeging was verleend.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 15 lid 1 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) bij gezamenlijke procedure van vennoten en de V.O.F. slechts éénmaal griffierecht verschuldigd is, en wel het tarief dat geldt voor de niet-natuurlijke persoon. Daarnaast bepaalt artikel 15 lid 2 Wgbz Pro dat bij gezamenlijke procedure van onvermogenden en anderen het griffierecht wordt geheven dat de laatsten verschuldigd zijn.
Het hof concludeert dat de toevoeging aan een vennoot niet leidt tot een ander tarief. Ook acht het hof geen schending van het recht op toegang tot de rechter, mede omdat er mogelijkheden zijn voor gesubsidieerde rechtsbijstand en verlaging van het griffierecht. Het verzet tegen de griffierechtennota wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het griffierechtstarief voor niet-natuurlijke personen.