ECLI:NL:GHAMS:2016:790
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling griffierecht bij intrekking van civiele zaak in hoger beroep
Verzoekers zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij verzoeker sub 1 tot betaling van een geldbedrag werd veroordeeld. Bij het indienen van het hoger beroep werd griffierecht geheven door het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak. Verzoekers betaalden dit griffierecht niet, waarop aanmaningen en uiteindelijk een dwangbevel volgden.
Verzoekers maakten bezwaar tegen het geheven griffierecht en stelden dat zij in aanmerking kwamen voor het lagere tarief voor onvermogenden en dat het griffierecht niet verschuldigd zou zijn omdat de zaak was ingetrokken. Het hof beoordeelde het bezwaar en stelde vast dat het griffierecht bij het hof hoger is dan bij de rechtbank en dat het lagere tarief niet van toepassing is.
Het hof benadrukte dat het griffierecht bij het aanbrengen van de zaak verschuldigd is, ongeacht de verdere afloop, zoals intrekking. Omdat verzoekers geen omstandigheden hadden gesteld die tot een ander oordeel zouden leiden, verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde de vordering tot betaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet tegen het griffierecht ongegrond en bevestigt dat het volledige griffierecht verschuldigd blijft ondanks intrekking van de zaak.