ECLI:NL:GHAMS:2016:5827
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellante [X] heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. Zij was van begin 2012 tot mei 2013 gedetineerd wegens een opiumdelict en heeft daardoor schulden laten ontstaan betreffende vaste lasten. Ook is zij veroordeeld tot een geldboete die voortvloeit uit een onherroepelijk vonnis.
Het hof oordeelt dat [X] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De detentieperiode en het ontbreken van voldoende toelichting over de rol van de beschermingsbewindvoerder bij het ontstaan van schulden spelen hierbij een rol. Daarnaast is er onvoldoende inzicht gegeven in de omstandigheden rondom de boete.
Hoewel [X] inmiddels vrijwilligerswerk doet, begeleiding ontvangt en geen nieuwe schulden heeft gemaakt, bestaat er gerede twijfel over haar vermogen om de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling na te komen vanwege een aanstaande strafzaak in verband met een geëscaleerde familieruzie. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en adviseert [X] om bij stabilisering van haar situatie en een gunstige afloop van de strafzaak opnieuw een verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd wegens gebrek aan goede trouw en twijfel over nakoming verplichtingen.