ECLI:NL:GHAMS:2016:5727

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2016
Publicatiedatum
13 januari 2017
Zaaknummer
000675-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c SvArt. 574 SvArt. 575 SvArt. 576 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens niet-nakoming ontnemingsmaatregel

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 december 2016 een beschikking gegeven op de vordering van het Openbaar Ministerie tot het verlenen van verlof voor de tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Deze vordering is gebaseerd op het niet voldoen door de veroordeelde aan een eerder opgelegde ontnemingsmaatregel van ruim een miljoen euro, die onherroepelijk is geworden in 2013.

De veroordeelde heeft ondanks meerdere pogingen niet voldaan aan de betalingsverplichting en heeft geen medewerking verleend aan de incasso, mede doordat hij niet reageerde op correspondentie en een buitenlands adres heeft opgegeven. De verdediging heeft aangevoerd dat de veroordeelde niet in staat zou zijn te betalen, maar het hof acht dit niet aannemelijk.

Gezien het feit dat volledig verhaal op het vermogen niet mogelijk bleek en de veroordeelde niet heeft meegewerkt, heeft het hof besloten het verzoek van het Openbaar Ministerie toe te wijzen. Er is verlof verleend voor de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 1080 dagen.

De beschikking is gewezen door een meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken in openbare zitting. De voorzitter en jongste raadsheer konden de beschikking niet ondertekenen.

Uitkomst: Verlof verleend tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor 1080 dagen wegens niet-nakoming van ontnemingsmaatregel.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AV-nummer: 000675-16
rolnummer: 23-003699-08
datum uitspraak: 16 december 2016
Beschikking gegeven op de vordering van het Openbaar Ministerie van 14 april 2016, op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, ingediend tegen de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1957,
adres: [adres]

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 18 februari 2011 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van
€ 1.091.051. Deze ontnemingsmaatregel is op 4 juni 2013 onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal heeft op 14 april 2016 een vordering ingediend die strekt tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang, vanwege het - na uitwinning van het conservatoir beslag - nog openstaande bedrag van € 1.027.429,71.
Het hof heeft op 2 december 2016 het verzoek in raadkamer in het openbaar behandeld. De veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. In raadkamer zijn gehoord
mr. N.S. Levinsohn, waarneemster voor de advocaat van de veroordeelde, mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal, mr. R.C. Tdlohreg.

Beoordeling

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.
Het hof overweegt dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan de bij arrest opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op het vermogen van de veroordeelde is niet mogelijk gebleken.
De veroordeelde heeft bij de Basisregistratie Personen per 11 januari 2011 een adres opgegeven in [land]. Hij heeft niet gereageerd op aanschrijvingen van het CJIB die naar dit adres zijn verstuurd. Aldus heeft de veroordeelde niet meegewerkt aan of inzicht gegeven in de mogelijkheden voor de incasso van de opgelegde ontnemingsmaatregel.
Gelet op hetgeen de raadsvrouw in raadkamer heeft aangevoerd is niet aannemelijk dat de veroordeelde buiten staat is aan de betalingsverplichting te voldoen en ook overigens acht het hof dit thans niet aannemelijk. Dit leidt tot de slotsom dat de vordering van de advocaat-generaal voor toewijzing vatbaar is.
Bij de beoordeling van de vordering en het bepalen van de duur van de lijfsdwang houdt het hof rekening met het verhaal dat reeds ingevolge de artikelen 574 tot en met 576 door het Openbaar Ministerie is genomen.
Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het Openbaar Ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 1.080 dagen.

Beslissing

Het hof:
Verleent verloftot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang.
Bepaalt de duur van de lijfsdwang op
1.080 (duizend en tachtig) dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. W.M.C. Tilleman en mr. D.J.M.W. Paridaens, in tegenwoordigheid van
mr. S.W.M. Stevens, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit gerechtshof van
16 december 2016.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat deze beschikking te ondertekenen.