ECLI:NL:GHAMS:2016:5712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs aanranding tijdens werkzaamheden
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake aanranding op of omstreeks 21 september 2013 te Haarlem. De verdachte werd ervan beschuldigd de benadeelde partij tijdens werkzaamheden in een supermarkt te hebben betast en daarmee een overrompelende situatie te hebben gecreëerd.
Hoewel vaststond dat de verdachte de billen en borsten van de benadeelde heeft betast, ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat deze handelingen onverwachts en intimiderend waren uitgevoerd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de benadeelde partij gedwongen was tot het dulden van de ontuchtige handelingen.
De advocaat-generaal had een veroordeling gevorderd conform de eerste aanleg, maar het hof kwam tot vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. De schadevordering van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het ten laste gelegde handelen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, sprak de verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanranding en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.