Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
€ 100,00
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verzocht om vergoeding van schade als gevolg van voorlopige hechtenis en beperkingen, waaronder huisarrest met avondklok. De rechtbank kende een forfaitaire vergoeding van €980 toe voor de ondergane vrijheidsbeperkingen, maar wees overige vergoedingen af.
In hoger beroep betoogde de advocaat van appellant dat de langdurige schorsing van voorlopige hechtenis met beperkingen gelijkstaat aan vrijheidsberoving volgens het EVRM, en dat volledige vergoeding daarom passend is. De advocaat-generaal concludeerde primair tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot matiging van de vergoeding.
Het hof oordeelde dat het huisarrest met avondklok niet kwalificeert als vrijheidsbeneming onder artikel 5 EVRM Pro, omdat appellant autonoom kon functioneren, naar school kon gaan, werken en sociale contacten kon onderhouden. Het hof bevestigde daarmee de beschikking van de rechtbank en wees de aanvullende vergoeding af.
De strafzaak eindigde zonder strafoplegging, en het hof achtte billijkheidsggronden aanwezig voor de forfaitaire vergoeding van €980. De beschikking werd onverwijld betekend aan appellant.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen vergoeding wordt toegekend voor huisarrest met avondklok omdat dit geen vrijheidsbeneming in de zin van artikel 5 EVRM is.