ECLI:NL:GHAMS:2016:5655

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2016
Publicatiedatum
29 december 2016
Zaaknummer
23-005303-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep na intrekking

In deze strafzaak heeft de verdachte het ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 16 december 2015 niet willen handhaven. Tijdens de terechtzitting op 8 augustus 2016 heeft de raadsman namens de verdachte medegedeeld dat het hoger beroep wordt ingetrokken.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte geen belang meer hecht aan de voortzetting van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep. Gezien het ontbreken van enig rechtens te beschermen belang en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 8 augustus 2016. Een van de rechters was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door de raadsman.

Uitspraak

Parketnummer: 23-005303-15
Datum uitspraak: 8 augustus 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-810392-15 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van
8 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman namens de verdachte medegedeeld dat de verdachte het ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van
16 december 2015 niet wenst te handhaven.
Het hof begrijpt hieruit dat de verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep.
Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet ontvangen dient te worden in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte
niet-ontvankelijkin het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.F.E. Geerlings en mr. G.C. Koelman, in tegenwoordigheid van
A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
8 augustus 2016.
Mr. G.C. Koelman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.