ECLI:NL:GHAMS:2016:5529

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2016
Publicatiedatum
23 december 2016
Zaaknummer
23-003040-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 lid 2 APV AmsterdamArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor te koop aanbieden van (nep)drugs op openbare weg

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het zich ophouden op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam met het oogmerk om middelen als bedoeld in de Opiumwet te koop aan te bieden. In hoger beroep vernietigt het hof het eerdere vonnis omdat dit slechts een aantekening betrof en verklaart het bewezen dat de verdachte zich op 7 maart 2014 op genoemde locatie ophield met het oogmerk om (nep)drugs aan te bieden.

Het hof weegt mee dat de verdachte hiermee bijdraagt aan de openbare ordeproblematiek en gevoelens van onveiligheid in de binnenstad van Amsterdam. Tevens is van belang dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De verdachte heeft persoonlijke omstandigheden aangevoerd zoals dakloosheid, diabetes, financiële problemen en een positieve levenswending met dagbesteding en een radioprogramma.

Gezien de ernst van het feit en het strafblad acht het hof een geldboete passend, maar vanwege de financiële situatie van de verdachte wordt een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur opgelegd. De taakstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. Hiermee krijgt de verdachte een kans zich te rehabiliteren met een stok achter de deur.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur wegens het te koop aanbieden van (nep)drugs.

Uitspraak

parketnummer: 23-003040-15
datum uitspraak: 11 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-032038-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1956,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 07 maart 2014 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Oudezijds Achterburgwal, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 maart 2014 te Amsterdam zich op de weg, te weten de Oudezijds Achterburgwal, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in artikel 2 of Pro 3 van de Opiumwet, althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het te koop aanbieden van (nep)drugs op een openbare weg in de binnenstad van Amsterdam.
Hij heeft hiermee bijgedragen aan het voortduren van de openbare orde problematiek in bovengenoemd gebied en aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving. Het hof heeft verder in beschouwing genomen dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 juli 2016 eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij het erg moeilijk heeft. Hij is dakloos, lijdt aan diabetes en heeft het ook financieel erg zwaar. Hij heeft zijn leven een positieve wending gegeven, met een eigen programma bij de radio, waarvoor hij een financiële vergoeding ontvangt. De verdachte zegt het laakbare van zijn handelen in te zien en dat hij zich reeds enige tijd niet schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten (en dat ook niet meer van plan is).
Dat de verdachte zich inzet zijn leven uit de neerwaartse spiraal te halen, vindt bevestiging in een door de verdediging overgelegde brief van reclasseringswerker [naam]. Hieruit blijkt dat de verdachte (naast het radioprogramma) een dagbesteding heeft. Hij staat op een wachtlijst voor huisvesting. Tenslotte is de verdachte bezig met het treffen van een betalingsregeling met het CJIB voor openstaande boetes.
Het hof vindt dat gezien de aard van de overtreding en het strafblad van de verdachte in beginsel een geldboete van behoorlijke omvang passend is. De verdachte heeft aangevoerd dat hij onvoldoende financiële middelen heeft om een geldboete te betalen en geeft de voorkeur aan een taakstraf.
Alles afwegend ziet het hof aanleiding een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur op te leggen, opdat de verdachte de kans wordt geboden zijn verwachtingen waar te maken, maar dat hij een stok achter de deur heeft als dat niet mogelijk blijkt te zijn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 2.7 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig
) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien
) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee
) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel en mr. N. van Dijk, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2016.
mr. W.M.C. Tilleman en mr. C.M. Degenaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[.]
.