In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en een andere bewezenverklaring vastgesteld. Verdachte werd ervan beschuldigd op 7 januari 2015 in Amsterdam het slachtoffer meermalen tegen het hoofd te hebben geslagen, wat letsel en pijn veroorzaakte. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, een verbalisant die de camerabeelden herkende, en de aanwezigheid van de OV-chipkaart van verdachte op de plaats van het delict.
De verdediging ontkende de mishandeling en stelde dat verdachte niet de persoon op de beelden was. Dit verweer werd door het hof verworpen vanwege de samenhang van het bewijs, ondanks het ontbreken van de originele camerabeelden. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsloten, zodat verdachte strafbaar werd verklaard.
De politierechter had in eerste aanleg een taakstraf van 40 uur opgelegd, welke straf het hof in hoger beroep bevestigde. Het hof motiveerde dit door de ernst van de mishandeling en de impact op het slachtoffer en omstanders. De opgelegde taakstraf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, volgens de wettelijke maatstaf.