Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak over mishandeling op 22 juni 2014 te Rijswijk. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer opzettelijk te hebben gestompt en geslagen, waardoor letsel en pijn ontstonden. De verdediging voerde persoonsverwisseling aan, maar het hof achtte dit niet aannemelijk vanwege sterke overeenkomsten op identiteitsfoto's en het ontbreken van bewijs voor een vermissing van het rijbewijs.
Het hof verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, namelijk het mishandelen van het slachtoffer tegen diens hoofd, oor en armen. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte werd bevestigd, zonder dat er strafuitsluitingsgronden waren.
De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €750,- subsidiair 15 dagen hechtenis. De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis, terwijl de raadsman pleitte voor een geheel voorwaardelijke geldboete vanwege de financiële situatie en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Het hof oordeelde dat gezien de ernst van het feit en de omstandigheden een taakstraf passend is en legde een taakstraf van 30 uur op, met een subsidiaire hechtenis van 15 dagen.