Uitspraak
mr. G.A. Krol, kantoorhoudende te Rotterdam,
mr. S. Engels, kantoorhoudende te Amsterdam.
1.Het verloop van het geding
- verzoeker met [A] ;
- verweerster met [C] ; en
- belanghebbende met [B] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de Ondernemingskamer op 23 oktober 2014 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschap [C] vanaf 1 januari 2008. Tevens werden onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder de schorsing van bestuurders [A] en [B], en de aanstelling van een bestuurder en beheerder.
Na langdurige procedure hebben verzoeker [A] en belanghebbende [B] bij brieven van 25 november 2016 verzocht het onderzoek en de voorzieningen te beëindigen vanwege het bereiken van een minnelijke regeling. De door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder Molenaar en beheerder Moolenburgh hebben hun instemming met de beëindiging bevestigd.
De Ondernemingskamer heeft vervolgens op 29 november 2016 besloten het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er was geen belang dat zich tegen het verzoek verzette, zodat de procedure werd afgesloten in het kader van de minnelijke regeling.
Uitkomst: Het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen worden beëindigd wegens het bereiken van een minnelijke regeling.