Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Het oordeel van de rechtbank
4.Geschil in hoger beroep
5.Relevante wettelijke bepalingen
1 Toelichting IDR
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van bezwaar tegen de indeling van een harpsluiting in de douanetarieven. De inspecteur had de harpsluiting ingedeeld onder goederencode 7326 90 98, terwijl belanghebbende stelde dat het een deel van een hijsinrichting is en dus onder post 8431 moet worden ingedeeld.
De rechtbank oordeelde dat de harpsluiting niet onmisbaar is voor de werking van de hijsinrichting, omdat deze ook met andere sluitingen kan functioneren. De harpsluiting is afgestemd op de lading en niet op de hijsinrichting. De bestemming en certificering zijn niet relevant voor de indeling.
Het Hof sluit zich hierbij aan en bevestigt dat het begrip 'deel' inhoudt dat het artikel onmisbaar moet zijn voor de mechanische werking van het geheel. De harpsluiting voldoet hier niet aan. Daarom dient de harpsluiting naar aard en samenstelling te worden ingedeeld onder post 7326 90 98. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de harpsluiting wordt ingedeeld onder goederencode 7326 90 98.