ECLI:NL:GHAMS:2016:4490
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vergoeding eigen bijdrage rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging
Verzoeker diende een verzoekschrift in voor vergoeding uit ’s Rijks kas van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand en kosten voor het indienen van het verzoek. De strafzaak waar dit betrekking op had, eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht.
De voorzitter van de meervoudige strafkamer heeft de advocaat-generaal gehoord, die afwijzing van het verzoek adviseerde. Verzoeker en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de raadkamerzitting.
Volgens artikel 44, tweede lid, Wet op de rechtsbijstand is de eigen bijdrage niet verschuldigd indien de zaak eindigt zonder straf of maatregel. De advocaat kan de eigen bijdrage nog terugvorderen bij de Raad voor de Rechtsbijstand. Gezien vaste jurisprudentie en het ontbreken van billijkheidsgronden, wijst de voorzitter het verzoek tot vergoeding af.
De beschikking is uitgesproken op 11 november 2016 door voorzitter Bruinsma, met griffier De Boer aanwezig.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage en de kosten van het verzoek wordt afgewezen.