ECLI:NL:GHAMS:2016:4373

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 september 2016
Publicatiedatum
9 november 2016
Zaaknummer
15/00190
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbIndelingsregel 3 aIndelingsregel 3 bGS-post 7606 11 91GS-post 9405 99 00
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over tariefindeling aluminium reflector voor aquariumverlichting

De zaak betreft een hoger beroep van de inspecteur van de Belastingdienst tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over de tariefindeling van een aluminium reflector voor aquariumverlichting. De inspecteur had het product ingedeeld onder goederencode 7606 11 91 (strippen van aluminium), terwijl belanghebbende het wilde laten indelen onder 9405 99 00 als deel van een verlichtingstoestel.

De rechtbank had de bindende tariefinlichting van de inspecteur vernietigd en het product onder 9405 99 00 ingedeeld. Het Hof stelt vast dat het product een accessoire is dat met beugeltjes aan een tl-buis wordt bevestigd, maar dat het geen integraal deel vormt van het verlichtingstoestel. Het product kan worden verwijderd zonder dat de werking van de verlichting wordt beïnvloed.

Het Hof volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie die vereist dat een deel noodzakelijk moet zijn voor de werking van het geheel. Omdat dat hier niet het geval is, kwalificeert het product niet als deel van een verlichtingstoestel. Het product bestaat uit kunststof en aluminium strippen, waarvan het wezenlijk karakter wordt bepaald door de aluminium strippen. Daarom moet het worden ingedeeld onder goederencode 7606 11 91. Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard en het product wordt ingedeeld onder goederencode 7606 11 91.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 15/00190
15 september 2016
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur,
tegen de uitspraak van 22 april 2015 in de zaak met kenmerk HAA 14/1228 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
[X] GmbH & Cote [Z], Duitsland, belanghebbende,
gemachtigde: mr. N.P.J. Ooyevaar,
en
de inspecteur.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekening 14 augustus 2013 een bindende tariefinlichting (hierna: BTI) verstrekt tot indeling van het in geding zijnde product onder goederencode 7606 11 91.
1.2.
De inspecteur heeft bij uitspraak van 14 februari 2014 het bezwaar tegen die indeling afgewezen.
1.3.
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 22 april 2015 – waarin belanghebbende en de inspecteur telkens zijn aangeduid als ‘eiseres’ c.q. ‘verweerder’ – als volgt beslist:
“ De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de bti;
- draagt verweerder op een bti af te geven met toepassing van hetgeen in de uitspraak is overwogen
[indeling onder goederencode 9405 99 00];
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 980;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 328 vergoedt.”
1.4.
Het tegen deze uitspraak door de inspecteur ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 4 mei 2015. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2.Feiten

2.1.
De rechtbank heeft in haar uitspraak de volgende feiten vastgesteld.
“1. Eiseres importeert en verhandelt aquariums en aquariumbenodigdheden.
2. Eiseres heeft op 3 juni 2013 een bti aangevraagd voor het product, dat als volgt is omschreven:
“een reflector met de volgende kenmerken:
- een kunststof houder met aluminium folie,
- voor een lamp,
- om te plaatsen achter fluorecentiebuizen,
- om te weerkaatsen,
- voor een betere lichtopbrengst,
- onderdeel van een electrisch verlichtingstoestel ;
- afmetingen ongeveer 55 x 5 x 3 cm”
In de aanvraag verzoekt eiseres om indeling van het product onder goederencode
9405 99 00.
3. Op 14 augustus 2013 heeft verweerder aan eiseres een bti afgegeven voor het product. Het product is als volgt omschreven:
“Een reflector voor een lamp, met onder ander de volgende kenmerken:
- een halfronde houder van kunststof;
- in het midden voorzien van een profiel;
- 4 houders van kunststof in 2 afmetingen, die langs het profiel geschoven kunnen worden;
- voorzien van 2 verschuifbare en verwijderbare stroken van aluminiumfolie;
- voor fluorescentiebuizen met een diameter van 16 mm (T5) en 26 mm (T8);
- met een lengte van 549 mm.
De reflector is bestemd voor gebruik in een aquarium en kan niet worden aangemerkt als een deel van een verlichtingstoestel maar als een toebehoren van een verlichtingstoestel. Derhalve kan indeling onder GS-post 9405 niet plaatsvinden. Het wezenlijke karakter van het samengestelde artikel wordt toegekend aan de stroken van aluminiumfolie zoals bedoeld bij GS-post 7606 van de gecombineerde nomenclatuur.”
Onder handelsbenaming en aanvullende gegevens staat vermeld:
“ [productaanduiding] voor lamp fitting .”
Verweerder heeft het product ingedeeld onder goederencode 7606 11 91.”
2.2.
Nu de door de rechtbank vastgestelde feiten door partijen niet zijn bestreden, zal het Hof daarvan uitgaan.
2.3.
In aanvulling hierop stelt het Hof vast dat van de ‘[productaanduiding] voor lamp fitting’ (hierna: het product) een monster is overgelegd. Op de verpakking van dit monster staat het volgende vermeld:
“Reflektor für T5 und T8 Lampen”

3.Geschil in hoger beroep

Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil de indeling van het product. De inspecteur bepleit indeling onder GN-code 7606 11 91 als een strip van aluminium (7,5 procent). Belanghebbende staat indeling onder GN-code 9405 99 00 als deel van een verlichtingstoestel (2,7 procent) voor.

4.Relevante wettelijke bepalingen

4.1.
De van belang zijnde GS-posten, goederencodes, en toelichtingen van de Internationale Douaneraad (IDR) luiden achtereenvolgens als volgt:
7606Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm:
– vierkant of rechthoekig:
7606 11 – – van niet-gelegeerd aluminium:
(…)
– – – andere, met een dikte:
7606 11 91 – – – – van minder dan 3 mm
9405Verlichtingstoestellen (zoeklichten en schijnwerpers daaronder begrepen) en delen daarvan, elders genoemd noch elders onder begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen, voorzien van een vast aangebrachte
lichtbron, alsmede elders genoemde noch elders onder begrepen delen daarvan:
(…)
– delen:
(…)
9405 99 00 – – andere
3926Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914:
(…)
3926 90 – andere:
(…)
– – andere:
(…)
3926 90 97 – – – andere
4.2.
De toelichting IDR bij Hoofdstuk 94 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

Delen
Dit hoofdstuk omvat uitsluitend delen van de producten bedoeld bij de posten 94.01 tot en met 94.03 en 94.05. Als zodanig worden aangemerkt, de werken, ook indien enkel in voorbewerkte vorm, waarvan de vorm of andere kenmerken erop wijzen dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk zijn gemaakt voor een meubel bedoeld bij deze posten en die elders niet meer specifiek worden vermeld.”
4.3.
De toelichting IDR bij post 9405 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

1 Toelichting IDR
I. Verlichtingstoestellen, elders genoemd noch elders onder begrepen
De verlichtingstoestellen van deze groep mogen zijn vervaardigd uit ongeacht welke stof (met uitzondering van de stoffen vermeld in Aantekening I IDR op hoofdstuk 71) en mogen om het even welke lichtbron gebruiken (kaars, olie, benzine, petroleum, gas, acetyleen, elektriciteit, enz.). Elektrische apparaten mogen zijn uitgerust met fittings, schakelaars, elektrische draden met stekker, transformatoren, enz., of, zoals in het geval van armaturen voor fluorescentielampen, van een starter en van een ballast.
De voornaamste soorten onder deze post bedoelde lampen zijn:
(…)
Deze groep omvat eveneens zoeklichten en schijnwerpers. Dit zijn apparaten waarmede het licht van een, veelal regelbare, lichtbron kan worden geconcentreerd tot een lichtbundel die op een bepaald punt of op een bepaald oppervlak kan worden gericht, op min of meer grote afstand, door middel van een reflector en lens of alleen een reflector. De reflector of spiegel is in de regel van verzilverd glas of van gepolijst, verzilverd of verchroomd metaal. De lenzen zijn meestal licht convex of trapvormig (traplenzen of fresnellenzen).
(…)
II. Lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen
(…)
Delen
Delen van verlichtingstoestellen, lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen, vallen eveneens onder deze post, voor zover ze als zodanig herkenbaar zijn en elders niet meer specifiek genoemd zijn.
Hiertoe behoren:
(…)
6. reflectorspiegels;
(…)
10. wandschelpen, schalen, reflectors, lampenkappen (geraamten daaronder begrepen), ballons, kelken, tulpen en dergelijke artikelen;
(…).”
4.4.
De IDR-toelichting op indelingsregel 3 b luidt, voorzover hier van belang:
“VIII. De factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijke karakter kan verschillen van de ene soort van goederen tot de andere. De goederen kunnen hun wezenlijke karakter ontlenen aan de stof waaruit zij bestaan, aan de artikelen waaruit zij zijn samengesteld, aan de omvang, de hoeveelheid, het gewicht en de waarde daarvan, of wel aan de belangrijkheid van de samenstellende stoffen ten opzichte van het gebruik dat van de goederen zal worden gemaakt.”

5.Beoordeling van het geschil

5.1.
Het Hof stelt – gelijk de rechtbank – voorop dat voor de indeling wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof van Justitie) is dat, in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven (vgl. arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 2016, gevoegde zaken Toorank Productions B.V., C-532/14 en C-533/14, ECLI:EU:C:2016:377, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
5.2.
De toelichtingen bij de nomenclatuur – in casu die van de IDR – zijn hoewel rechtens niet bindend belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (vgl. HvJ, 12 juli 2012, zaak C-291/11, ECLI:EU:C:2012:459, punt 32 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
5.3.
In zowel de IDR-toelichting op hoofdstuk 94 als de IDR-toelichting op post 9405 wordt ingegaan op het begrip “delen” als daar bedoeld. Lampenkappen en reflectorspiegels worden in de IDR-toelichting bij post 9405 expliciet genoemd als mogelijke delen van een verlichtingstoestel. Belanghebbende leidt hieruit af, aldus begrijpt het Hof, dat het product als zijnde gelijk dan wel vergelijkbaar met een reflector c.q. lampenkap, dient te worden ingedeeld onder post 9405.
5.4.
Het Hof overweegt dat deze toelichtingen onverlet laten dat, blijkens de jurisprudentie van het Hof van Justitie, het woord “deel” de aanwezigheid impliceert van een geheel, voor de werking waarvan het noodzakelijk is (vgl. HvJ 19 oktober 2000, C-339/98, Peacock AG, punt 21). De enkele vermelding van lampenkappen en reflectorspiegels in de IDR-toelichting leidt derhalve niet tot indeling van het onderwerpelijke artikel in hoofdstuk 94. Opgemerkt zij voorts dat het Hof van Justitie aan het begrip “delen” in het belang van een coherente en uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief één enkele definitie heeft willen geven die geldt voor alle hoofdstukken van de GN (HvJ 20 november 2014, C-666/13, Rohm Semiconductor GmbH, ECLI:EU:C:2014:2388, punt 44).
5.5.
De onderwerpelijke reflector wordt als accessoire voor een aquariumlamp op de markt gebracht en is bestemd om met behulp van meegeleverde beugeltjes te worden bevestigd aan een tl-buis(je) in de maat T5 (5/8e inch diameter) of T8 (8/8e inch diameter). Het doel is de lichtopbrengst van de tl-buis te verbeteren. De reflector kan op elk gewenst moment weer worden verwijderd. Omdat geen sprake is van de aanwezigheid van een geheel voor de werking waarvan het product noodzakelijk is, kan het product niet worden gekwalificeerd als deel. Het Hof overweegt in dit verband dat de oorspronkelijke aquariumverlichting goed functioneert zonder dat het product op de tl-buis is bevestigd. De mechanische en elektrische werking van de aquariumverlichting hangt niet af van de aanwezigheid van het product (vgl. HvJ 19 juli 2012, C-336/11, Rohm & Haas, punt 35). De enkele omstandigheid dat het rendement van de verlichting casu quo de tl-buis verbetert door het bevestigen van het product is in dit verband niet relevant. Het onderhavige product kan daarom niet worden gekwalificeerd als “deel” van een verlichtingstoestel.
5.6.
Het product wordt als zodanig niet vermeld in enige post van de nomenclatuur. Het product is samengesteld uit kunststof en twee strippen van aluminium en is daarom in beginsel vatbaar voor indeling als werk van kunststof (3926 90 97), dan wel als strippen van aluminium (7606 11 91). Omdat genoemde posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen waaruit het product is samengesteld worden die posten met betrekking tot dit product aangemerkt als even specifiek, zodat indeling met behulp van indelingsregel 3 a niet mogelijk is. Indeling dient daarom te geschieden met behulp van indelingsregel 3 b, hetgeen inhoudt dat het product moet worden ingedeeld naar de stof waaraan het werk zijn wezenlijk karakter ontleent. Het Hof is met partijen van oordeel dat het product – een reflector – zijn wezenlijk karakter onmiskenbaar ontleent aan de aluminium strippen die er voor zorgen dat het licht wordt gereflecteerd. Indeling dient daarom te geschieden in post 7606 11 91.
Slotsom
5.7.
De slotsom is dat het hoger beroep van de inspecteur gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

6.Proceskosten

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht acht het Hof geen termen aanwezig.

7.Beslissing

Het Hof:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, A. Bijlsma en B.A. van Brummelen, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. Bij afwezigheid van de voorzitter is de uitspraak ondertekend door de jongste raadsheer. De beslissing is op 15 september 2016 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.