ECLI:NL:GHAMS:2016:426
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling huwelijkse voorwaarden en beperkte gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 2007 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een beperkte gemeenschap van registergoed en inboedel. Na ontbinding van het huwelijk in 2013 ontstond een geschil over de verdeling van het vermogen, waaronder spaargeld, huurinkomsten en de koopwoning.
De man stelde dat de vrouw spaargeld had verzwegen en verzocht om een hogere toewijzing van spaargelden en huurinkomsten, en om de koopwoning buiten de gemeenschap te houden. De vrouw stelde zich op het standpunt dat de woning wel deel uitmaakte van de beperkte gemeenschap en dat de huurinkomsten niet in de verrekening betrokken hoefden te worden.
Het hof oordeelde dat de vrouw niet opzettelijk goederen had verzwegen en dat de rechtbank terecht het spaargeld op €5.000 had geschat. De huurinkomsten vielen buiten de verrekening omdat de woning niet tot de gemeenschap behoorde. De woning in kwestie viel wel binnen de beperkte gemeenschap, conform de huwelijkse voorwaarden. De grieven van beide partijen faalden en het hof bekrachtigde de bestreden beschikkingen zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep af, waarbij de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen wordt bevestigd.