ECLI:NL:GHAMS:2016:4174

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 oktober 2016
Publicatiedatum
20 oktober 2016
Zaaknummer
23-004248-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling echtgenoot

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mishandeling van zijn echtgenoot op 7 augustus 2015 in Castricum.

De tenlastelegging omvatte diverse vormen van geweld, waaronder duwen, trekken, slaan en knijpen, met als gevolg pijn en letsel bij het slachtoffer. Het hof nam kennis van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.

Na beoordeling van het bewijs oordeelde het hof dat er geen causaal verband kon worden vastgesteld tussen de in het dossier opgenomen foto's van het letsel en de vermeende mishandeling. Ook de verklaring van de zoon van het slachtoffer werd onvoldoende geacht als ondersteunend bewijs.

Daarom was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs mishandeling.

Uitspraak

parketnummer: 23-004248-15
datum uitspraak: 19 oktober 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-161557-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortedag] 1969,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 7 augustus 2015 in de gemeente Castricum opzettelijk zijn echtgenoot, althans een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft mishandeld door toen en daar die [slachtoffer] (met kracht) (weg) te duwen en/of haar (vervolgens) mee te trekken en/of haar tussen een deur en een kozijn te duwen en/of haar een of meerma(a)l(en) (met kracht) op/tegen haar lichaam te slaan en/of te stompen en/of haar (krachtig) in haar arm(en) en/of (elders) in haar lichaam te knijpen, tengevolge waarvan die [slachtoffer] pijn heeft ondervonden en/of letsel heeft bekomen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat er een causaal verband bestaat tussen de foto’s van het letsel van de aangeefster in het dossier en de mishandeling die volgens haar aangifte van 9 augustus 2015 heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2015. Nu ander steunbewijs ontbreekt (de verklaring van de zoon van aangeefster, inhoudende dat ook hij die dag door de verdachte zou zijn mishandeld acht het hof niet voldoende ondersteunend) is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.W. Moors, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 oktober 2016.
[.......]
.