ECLI:NL:GHAMS:2016:4121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tussenkomst en voeging in hoger beroep inzake buitengerechtelijke vernietiging leaseovereenkomst
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep van appellante tegen een vonnis van de kantonrechter waarin de buitengerechtelijke vernietiging van een leaseovereenkomst door haar echtgenoot werd besproken. De kantonrechter oordeelde dat appellante haar beroep op de vernietiging had ingetrokken en daardoor haar rechten had verwerkt, waardoor een inhoudelijke beoordeling niet meer aan de orde was.
Appellante stelt in hoger beroep dat zij haar rechten op grond van artikel 1:88 BW Pro niet heeft prijsgegeven en vordert dat het hof de vernietiging van de overeenkomst erkent en Dexia veroordeelt tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen.
De echtgenoot van appellante verzoekt het hof om hem toe te laten als tussenkomende partij en zich te voegen aan de zijde van appellante, omdat hij belang heeft bij de uitkomst van de procedure en zijn eigen rechten wil beschermen. Dexia verzet zich tegen deze voeging en tussenkomst, stellende dat de rechtspositie van de echtgenoot niet in deze procedure aan de orde is.
Het hof oordeelt dat de echtgenoot voldoende belang heeft bij tussenkomst en voeging, mede omdat hij eigen vorderingen wenst in te stellen en benadeling van zijn rechtspositie dreigt. De vordering tot voeging en tussenkomst wordt daarom geheel toegewezen. De zaak wordt verwezen voor verdere processtukken van de tussenkomende partij en de overige partijen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof staat de echtgenoot toe om tussen te komen en zich te voegen aan de zijde van appellante in het hoger beroep tegen Dexia.