ECLI:NL:GHAMS:2016:3963

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2016
Publicatiedatum
3 oktober 2016
Zaaknummer
23-001890-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis kinderrechter in strafzaak tegen minderjarige verdachte

In deze strafzaak stond een minderjarige verdachte terecht voor feiten die door de kinderrechter in eerste aanleg waren beoordeeld. Het hoger beroep werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam op 5 september 2016. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de opgelegde straf, bestaande uit een werkstraf van 20 uur en subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

Het hof heeft het vonnis van de kinderrechter, gewezen op 17 mei 2016, volledig bevestigd. De meervoudige strafkamer was van oordeel dat het vonnis in stand kon blijven en dat de straf passend was. De verdachte en zijn raadsman hebben hun standpunten naar voren gebracht, maar deze leidden niet tot een andere uitkomst.

De uitspraak werd gedaan op 19 september 2016. Van de drie rechters was één rechter verhinderd om mede te ondertekenen. Het arrest is uitgesproken in een openbare terechtzitting en betreft een bevestiging van het vonnis van de kinderrechter in Noord-Holland.

Uitkomst: Bevestiging vonnis kinderrechter met werkstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

Uitspraak

parketnummer: 23-001890-16
datum uitspraak: 19 september 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 mei 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 15-048294-16 en 15-079821-15 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd en vordert de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Noord-Holland van 29 januari 2016, te weten een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M.L. Leenaers, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 september 2016.
Mr. P.F.E. Geerlings is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.