ECLI:NL:GHAMS:2016:3629

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2016
Publicatiedatum
8 september 2016
Zaaknummer
23-001079-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 285 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bedreiging met mes en oplegging deels voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 9 november 2014 bedreigde de verdachte te Zaandam een persoon met een mes door stekende en zwaaiende bewegingen te maken en dreigende woorden uit te spreken. De politierechter veroordeelde verdachte aanvankelijk tot een taakstraf van 30 uur, maar het hof vernietigde dit vonnis en kwam tot een andere strafoplegging.

Het hof achtte bewezen dat verdachte met een mes bedreigde en dat dit strafbaar is. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, mede vanwege eerdere soortgelijke veroordelingen en het feit dat een loutere taakstraf niet meer mogelijk was.

Het hof nam mee dat de bedreiging op de openbare weg plaatsvond, dat het slachtoffer bekend was en dat het gedrag angst en onveiligheid veroorzaakte. Ook werd rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden en eerdere strafbare feiten van verdachte.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De straf is opgelegd conform de wettelijke bepalingen die golden ten tijde van het bewezen verklaarde feit.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf, waarvan twee weken voorwaardelijk wegens bedreiging met een mes.

Uitspraak

parketnummer: 23-001079-15
datum uitspraak: 11 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 maart 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-281391-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 november 2014 in de gemeente Zaanstad, te Zaandam, een peroon, genaamd [slachtoffer], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, een of meer stekende en/of zwaaiende beweging(en) gemaakt naar en/of in de richting van voornoemde [slachtoffer], die zich in verdachtes (onmiddellijke) nabijheid bevond, althans die [slachtoffer] dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, voorgehouden en/of getoond en/of (daarbij) die [slachtoffer] dreigend heeft toegevoegd: "Ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 9 november 2014 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk met een mes een stekende en/of zwaaiende beweging gemaakt in de richting van [slachtoffer], die zich in verdachtes onmiddellijke nabijheid bevond.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat de verdachte zich op de openbare weg heeft schuldig gemaakt aan bedreiging van de hem bekende [slachtoffer] door middel van een – daartoe meegebracht – mes. Door zijn handelen heeft de verdachte het slachtoffer angst aangejaagd. Ook algemene gevoelens van onveiligheid worden door zulk gedrag aangewakkerd.
Het hof stelt vast dat aan de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit wegens een soortgelijk misdrijf een taakstraf is opgelegd, te weten bij vonnis van de politierechter Haarlem van 19 april 2012. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte deze taakstraf slechts ten dele heeft verricht en vervolgens op grond van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis is bevolen. Gelet op het bepaalde in artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is oplegging van louter een taakstraf thans uitgesloten.
Het hof heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en kennisgenomen van het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 juli 2016, waaruit blijkt dat hij eerder voor soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. E. de Greeve en mr. P.A.M. Hoek, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2016.
mr. E. de Greeve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[.......]
.