Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
BESLISSING
9 augustus 2016.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte, geboren in 1972, was in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de politierechter in Amsterdam. Op de terechtzitting van 9 augustus 2016 verscheen verdachte niet, diende geen schriftelijke grieven in en gaf ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis op. Het hof oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij onderzoek van de zaak zelf.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk heeft behandeld vanwege het ontbreken van medewerking van de verdachte.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, op 9 augustus 2016. De griffier was eveneens aanwezig tijdens de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens verstek en het ontbreken van grieven.