ECLI:NL:GHAMS:2016:3409

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 augustus 2016
Publicatiedatum
24 augustus 2016
Zaaknummer
23-005156-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring verdachte in hoger beroep wegens verstek

De verdachte, geboren in 1972, was in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de politierechter in Amsterdam. Op de terechtzitting van 9 augustus 2016 verscheen verdachte niet, diende geen schriftelijke grieven in en gaf ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis op. Het hof oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij onderzoek van de zaak zelf.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk heeft behandeld vanwege het ontbreken van medewerking van de verdachte.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, op 9 augustus 2016. De griffier was eveneens aanwezig tijdens de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens verstek en het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer: 23-005156-15
Datum uitspraak: 9 augustus 2016
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 december 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13/703445-15 en 13/702853-15 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1972,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 9 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, noch mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. F.M.D. Aardema en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 augustus 2016.