Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
In de zaak met parketnummer 13-665236-13
In de zaak met parketnummer 13-674428-14
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam in twee gevoegde strafzaken. In de eerste zaak (parketnummer 13-665236-13) werden geen grieven ingediend, waardoor het hof het OM niet-ontvankelijk verklaarde. In de tweede zaak (parketnummer 13-674428-14) had het OM het hoger beroep ingetrokken, maar vervolgens opnieuw ingesteld. Het hof oordeelde dat de intrekking niet kon worden beschouwd als een administratieve herstelakte omdat er geen wilsbesluit van de officier van justitie aan ten grondslag lag.
De advocaat-generaal stelde dat de intrekking een administratieve handeling was en dat de verdachte niet in zijn belangen was geschaad. Het hof verwierp dit standpunt en benadrukte dat het OM als professionele procespartij verantwoordelijk blijft voor zijn rechtshandelingen. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden verklaarde het hof het OM niet-ontvankelijk in hoger beroep in beide zaken.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 juli 2016 en bevestigt het belang van een geldig wilsbesluit bij intrekking van rechtsmiddelen door het OM.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het rechtsmiddel zonder geldig wilsbesluit.