Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
Artikel 1 – Gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag
Gerechtshof Amsterdam
De vrouw verzocht om vervangende toestemming voor verhuizing met haar minderjarige kinderen van Nederland naar Japan. Partijen zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De kinderen verblijven bij de vrouw, die inmiddels hertrouwd is en een dochter verwacht. De man verzet zich tegen de verhuizing en vordert bij emigratie zonder kinderen dat de hoofdverblijfplaats bij hem wordt vastgesteld.
Het hof overweegt dat het belang van de vrouw om een nieuw gezinsleven in Japan op te bouwen zwaarwegend is, maar dat dit niet automatisch voorrang krijgt boven het belang van de kinderen en de man bij continuïteit van zorg en contact. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat een gezamenlijk verblijf in Nederland niet mogelijk is en dat de verhuizing noodzakelijk is.
De kinderen zijn geworteld in Nederland, hebben een stabiele zorgregeling met beide ouders, en zouden door verhuizing geconfronteerd worden met een ingrijpende verandering. De voorgestelde compensatiemaatregelen voor contact met de vader zijn onvoldoende om het contact op peil te houden. Het hof bekrachtigt daarom de afwijzing van het verzoek tot verhuizing en wijst het incidentele verzoek van de man af.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar Japan wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.