Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn betrokken bij een geschil over de hoogte van de kinderalimentatie voor hun kind, geboren in 2003, dat beperkingen heeft door autisme. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die zijn bijdrage verhoogde naar €1.356 per maand. De vrouw stelde dat de bijzondere kosten van het kind, zoals psychomotorische therapie en bijles, een verhoging van de alimentatie rechtvaardigen.
Het hof heeft vastgesteld dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds de beschikking van 2009, omdat de diagnose autisme pas in 2009 definitief werd gesteld en de kosten met het ouder worden van het kind toenemen. De vrouw heeft de noodzaak van de bijzondere kosten voldoende onderbouwd, hoewel de frequentie van sommige therapieën niet volledig is aangetoond.
De totale behoefte van het kind werd vastgesteld op €1.219 per maand, verminderd met de extra kinderbijslag, resulterend in een behoefte van €1.128. De vrouw heeft een draagkracht van €120 per maand, waardoor de man een bijdrage van €1.008 per maand moet betalen. Het hof bepaalde dat de bijdrage voor 2015 gelijk blijft aan het reeds betaalde bedrag, gezien de financiële situatie van de vrouw en het belang van het kind.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2015 een maandelijkse bijdrage van €1.008 betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind, met behoud van het reeds betaalde bedrag in 2015.